donderdag 16 juli 2009

Bladzijdeomdraaier

Dennis Lehane - De Infiltrant


Ik kan er kort over zijn. Zoek je nog een lekker boeiend leesboek voor de vakantie: koop De Infiltrant. De 650 pagina's zullen je een paar dagen in de greep houden en dan heb je een indrukwekkend epos tot je genomen. Vijf sterren in de Thrillergids van de Vrij Nederland. Terecht, behalve dat het geen thriller is, al zou ik niet weten in welke categorie het dan wel valt. In ieder geval is het een pageturner, daar is nog nooit een fatsoenlijk Nederlands woord voor gevonden, want wat is een bladzijomdraaier? Een doorleesboek, een omslaanboek? Het is wel duidelijk geloof ik. Ik vind het een mooi en spannend boek. Waarom? Omdat Lehane enorm goed in staat blijkt karakters neer te zetten. Maak kennis met de blanke Danny en de zwarte Luther en zie hoe hun werelden vervlochten raken tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog. De een is politie-agent, de ander op de vlucht en beiden zijn ze min of meer outcast. Je gaat meeleven met Danny en Luther en hun familieden en geliefdes, ze komen op een vanzelfsprekende manier tot leven. Het begin van de vorige eeuw is puntgaaf weergegeven, de sociale en raciale spanningen zijn beklemmend beschreven. De manier waarop de legendarische honkballer Babe Ruth er doorheen gevlochten is, is knap.

Nog meer superlatieven? Nee, niet nodig. Er zijn ook wel wat minpuntjes maar ik heb helemaal geen zin om ze te noemen. Niet belangrijk genoeg, het is gewoon een lekker leesboek. Dank aan collega M. die me op dit boek wees.

Jaaps boekencijfer: 8.5

dinsdag 14 juli 2009

Houd eens op met zijn allen

Trude de Jong - Lastig




Een boek over kindermishandeling waarin geen klap valt. Waarmee Trude de Jong misschien wil zeggen dat je niet altijd blauwe plekken hoeft op te lopen om mishandeld te zijn. De 12-jarige Lea komt er achter dat ze bij haar geboorte niet echt gewenst was. Haar ouders waren te jong en nog niet toe aan een baby. Haar jongere broertje Ronnie daarentegen is het oogappeltje van haar vader en moeder. Lea kan niks goed doen en dat lezen we dan ook op bijna iedere bladzijde terug. Ze wordt als een sukkel behandeld en gaat zich gaandeweg het boek ook als zodanig gedragen. Ze is bang voor contacten omdat andere kinderen graag bij haar thuis willen komen maar dat vinden haar ouders niet goed.
De Jong zet Lea overtuigend neer, het is bij vlagen pijnlijk en schrijnend om te lezen, bijna letterlijk. Houd op, denk je als lezer, doe eens even normaal daar met zijn allen. En waarom grijpt niemand echt in? De onderwijzer belt wel een keer op maar wordt wel erg gemakkelijk afgescheept, de nieuwe buren zetten niet echt door terwijl ze toch wel onraad vermoeden. Zo zal het gaan in het echt en dat heeft De Jong vrij nauwkeurig in een roman samengevat. Het probleem van dit boek is dat er zo weinig ontwikkeling in zit. Vanaf de eerste bladzijde is duidelijk dat Lea thuis liefde tekort komt, wordt gekleineerd en een soort huisslaaf is. Over de emotionele en psychische mishandeling is geen misverstand over maar helaas wordt dat de lezer in alle variaties ingepeperd. Enkele gradaties zijn aardig opgepikt: ik kreeg bijvoorbeeld bijna een hekel aan Lea, zo'n zeurderig slachtofferig kind dat nooit in opstand komt. Dat veel te gemakkelijke oordeel zal in de praktijk ongetwijfeld vaak voorkomen. Ook de reacties van de buitenwereld zijn realistisch. Vriendinnetjes en klasgenootjes laten dat malle kind dat nooit tijd heeft, al snel links liggen.
Totdat de bom ineens nogal plotseling en onverwachts barst en Lea uit zichzelf de barricaden opklimt. Een nogal opmerkelijke en ongeloofwaardige omslag al is de actie die ze uitvoert dan wel weer geestig. De Jong heeft ervoor gekozen om te stoppen op het moment dat Lea haar verhaal opbiecht aan een buitenstaander terwijl het verhaal daar wel eens interessant had kunnen worden. Juist voor kinderen die hiermee te maken krijgen. Die zullen zitten met de vraag wat er met hen en met hun ouders gebeurt op het moment dat ze het stilzwijgen verbreken. Die weten al wel wat mishandeling inhoudt. Voor kinderen die er niet zelf mee te maken hebben, is het wellicht een eye-opener maar ook voor hen is het interessant om te weten wat er gebeurt als er aan de bel getrokken wordt. Wellicht iets voor een vervolgboek maar beter nog was het in Lastig al aan de orde gekomen.
Het nawoord van een ('tot voor kort' staat er ook nog bij) maatschappelijk werkerer van het Amsterdamse Advies - en Meldpunt voor Kindermishandeling voegt trouwens weinig tot niets toe. Ik vermoed tenminste niet dat veel kinderen zich door de zakelijke en wat kille ('het is belangrijk dat het kind weet wat er gebeuren') opsomming naar een meldpunt zullen laten leiden. De veiligheid van kinderen staat voorop, dat staat er dan wel maar dat straalt het afstandelijke stukje niet bepaald uit.
Een hard en realistisch boek dat zeker een doel dient maar waar iets meer had ingezeten.
Jaaps boekencijfer: 7.0

zondag 12 juli 2009

De Gouden Lijst: nieuwe jeugdboekenprijs


De Gouden Zoen is niet meer. Leve De Gouden Lijst. Jeugdboekenauteur Ted van Lieshout maakte zojuist in het radioprogramma Opium bekend dat de vakprijs voor het beste 12+ boek van 2008 zo gaat heten. Een initiatief naar mijn hart omdat juist de boeken voor die leeftijdscategorie doorgaans interessant zijn en nogal wat van de auteur vragen. Onbegrijpelijk dat de Zoenen zijn afgeschaft. De Gouden Lijst lijkt een soort van waarderingsprijs te worden en of ie eenmalig is of vaker wordt uitgereikt: we zullen het zien. Als ik het goed begrijp, worden deze week nog de nominaties bekend gemaakt en krijgt de winnaar de prijs uitgereikt op 12 september tijdens de Middag van het Kinderboek in Amsterdam. Ook al een prijzenswaardig nieuw initiatief, dat voortkomt uit het rumoer na de wat bozige Annie M.G. Schmidt lezing van Sjoerd Kuyper in mei van dit jaar.

Er gebeurt weer wat in jeugdboekenland, dat is nodig ook. En misschien dat Allemaal willen we de hemel van Els Beerten in ons land dan eindelijk de eer krijgt die het toekomt. Zou de schrijver van dit blogje wel gelukkig mee zijn.

vrijdag 10 juli 2009

Ali wil niet zoenen met Fatima

Mohamed Sahli - Blijf van me af!


Homoseksualiteit en jeugd- en kinderboeken: het blijft een hobbelig paadje. Er is het nodige uitgeprobeerd op dat gebied. Heel expliciet (Caja Cazemier) en heel impliciet (Aidan Cahmbers) en veel er tussenin (De Trimbaan van Imme Dros, De Bijenkoningin van Veronica Hazelhoff). Ted van Lieshout in het Nederlandse taalgebied de meester op dit gebied met zijn broeierige gedichten en het onvolprezen Gebr. Jongeren met homoseksuele gevoelens verslinden ongetwijfeld dit soort boeken en in dat opzicht kan je stellen: hoe meer, hoe beter.
Aan de andere kant is het een thema dat al snel vooral problematisch en al te duidelijk wordt behandeld en daardoor plat wordt. Net als seksualiteit zelf vergt homoseksualiteit de nodige sensitiviteit en creativiteit van schrijvers. Het kan wonderschoon zijn als het theatrale wordt vermeden en het poëtische wordt benaderd, om er maar eens een mooie zin aan te wijden.
En dan is er nu Blijf van me af! van Mohamed Sahli, de man van schrijfster Lydia Rood, het eerste boek dat hij in zijn eentje schrijft. Het gaat niet zomaar over homoseksualiteit, maar over de homoseksuele gevoelens van een Marokkaans jongetje. Dat kenden we nog niet. Ook nog eens een islamitisch jongetje, al speelt dat gegeven geen rol van betekenis, zijn afkomst brengt al genoeg met zich mee.
De twaalfjarige Ali kent homo vooral als scheldwoord, zijn vrienden houden er maar niet over op. Een personage van twaalf jaar is vrij jong voor dit thema maar Sahli doet dat knap. Ali is volstrekt geloofwaardig in zijn gevoelens en twijfels en begeertes. Wat Sahli heel knap doet is het beginnende gevoel van spanning beschrijven van de ontluikende seksualiteit. Eigenlijk is er nog helemaal geen sprake van seksualiteit maar van intimiteit: van de warmte van dat been tegen het jouwe.
Hun knieën raken elkaar. Knieën schrikken nergens van - tenminste, deze knieën niet.
En zoenen met meisjes is niet leuk, wat vinden die andere jongens daar nou zo geweldig aan.
Sahli kiest als decor een schoolexcursie naar de Hoge Veluwe waar Ali met zijn vrienden ontnsapt aan het museumbezoek en ze lekker door de bossen gaan crossen op hun fietsen. Tijdens het stoeien krijgt Ali het om meerdere redenen warm. Hij wordt min of meer gedwongen om te zoenen met Fatima om voor zijn vrienden de schijn op te houden. Maar hij kan het niet. Hij zit met zichzelf in de knoop. Wat is er nou precies aan de hand? Hoe met dat met zijn vrienden, met zijn ouders? Maar hij zwelgt ook weer niet in het probleem. Hij is vooral in de war, zoals de meeste jongens van die leeftijd in de war zijn over hun homoseksualiteit.
Sahli laat Ali niet ten onder gaan in eenzaamheid maar voert een empathische moeder op en Amir, een andere Marokkaanse jongen die het goed kan vinden met meisjes en Ali wel begrijpt. Het blijft allemaal wat in het midden maar ook weer niet. Sahli schreeft een gedurfde en ingetogen raamvertelling die niet uitblinkt in poetische taal maar wel een subtiele benadering kent. Het is geen probleemboek geworden, het thema wordt niet uitgeplozen en uitvoerig geanalyseerd maar stipt een gegeven aan: ook een Marokkaanse jongen kan homoseksuele gevoelens hebben. Waarvan akte!
Jaaps boekencijfer: 7.5

dinsdag 7 juli 2009

Kanshebbers op de gouden griffel (4)

Agent en Boef - Tjibbe Veldkamp & Kees de Boer
Meneer Papier en zijn meisje - Elvis Peeters en Gerda Dendooven





Het is maar de vraag of we blij moeten zijn met zoveel Zilveren Griffel winnaars. Duidt het er op dat de kwaliteit zo groot is dat het noodzakelijk is zoveel prijzen uit te reiken? Of komt dat door het gebrek aan uitschieters? De twee hier beschreven boeken zijn best aardig en hebben kwaliteiten op het gebied van originaliteit en zeggingskracht maar om nou te zeggen dat ze duidelijk boven het maaiveld uitsteken. Om eerlijk te zijn: nee.

Agent en Boef is een feestelijk en grappig boek. Boef is een blij baasje dat op een vernuftige manier ontsnapt uit de gevangenis en op een sukkelige manier weer vast komt te zitten. Dezelfde goedmoedige en ongevaarlijke uitstraling als de Zware Jongens die vergelijkbare spelletjes spelen met Oom Dagobert. Boef neemt Agent in de maling via de lijmpot en vervolgens plakt iedereen en alles aan elkaar. De teksten zijn eenvoudig en doeltreffend maar niet echt spitsvondig. De tekeningen zijn geestig, er valt op iedere pagina voldoende te beleven. Een gezellig prentenboekje met leuke grapjes, zoals de kruiwagen vol tuinkabouters die omrolt. Maar voor een Zilveren Griffel is in mijn ogen net iets meer nodig.

Ja ja, deze Elvis Peeters is dezelfde als die van het in mijn ogen nogal controversiele en niet zo geslaagde boek WIJ. Hier gaat het over het derde deel uit een serie over een Papieren Man. In dit deel heft de man zijn eigen eenzaamheid op door een meisje uit te knippen. Om haar vervolgens weer eigenhandig om zeep te brengen vanuit zijn eigen beschermingsdrift. Lief en zielig maar niet ontroerend of pakkend. Het is een origineel en goed uitgevoerd boek maar voor mij niet veel meer dan een idee. Ik zal het niet snel weer ter hand nemen of aan kinderen voorlezen. Het is gewoon niet zo mooi en niet zo pakkend. Het tovert hoogstens een glimlachje. En het is vakmanschap, al dat knipwerk. Zeker waar er een soort Droste-effect optreedt. Maar dat maakt het nog geen echt geslaagd kinderboek.
Jaaps boekencijfers:
Agent & Boef - 7.5
Meneer Papier en zijn meisje - 6.5

donderdag 2 juli 2009

Kilo's zwijgzaamheid

Gerbrand Bakker – Juni



Interessanter dan Juni van Gerbrand Bakker zelf zijn de recensies over het boek. Het Parool begon en daarna volgden vrijwel alle grote kranten en bladen. Bijna fanatiek werd het de grond ingeschreven. Niet helemaal eensgezind want de Libelle vindt het prachtig en ook vooral niet- professionele literatuurliefhebbers zijn een stuk milder. Zelf kan ik me aardig vinden in de
uitvoerige bespreking van Jeroen Vullings in Vrij Nederland. Hij raakt net als ik tureluurs van de verschillende perspectieven. Het zijn er niet eens zoveel maar toch was het me meerdere malen niet duidelijk wie er aan het woord was en waarom. Het duurt zeker tot op een derde van het boek voordat ik er een beetje in zit. Alhoewel: de eerste paar bladzijden zijn fenomenaal. Daar ligt het perspectief bij de oude koningin Juliana, dat is dan weer niet te missen. Ze is op werkbezoek en op haar eigenzinnige, wat zeurderige, manier beschrijft ze mensen en gebeurtenissen. Genieten geblazen. Ging het maar zo door. Het is helaas alleen maar de aanzet tot een familietragedie. Het dochtertje van de Kaantjes is omgekomen op die bewuste dag dat de koningin het dorp bezocht. De bakker reed haar buiten zijn schuld aan en daarna is in vele levens niets meer het zelfde.
Net als in het Boven is het Stil opnieuw het platteland, moeizame familieverhoudingen en kilo's zwijgzaamheid, norsigheid en nukkigheid. Je moet er van houden en dat doe ik wel maar het valt allemaal wat minder op zijn plek dan in het vorige, zo bejubelde, boek. Weer een ouder op zolder, dit keer in het hooi. Weer homoseksualiteit tussen de regels door. Het is allemaal wel aardig maar het greep me niet echt. Volgens Jeroen Vullings is Juni 'literair een mislukking is'. Dat is nogal een statement en ik zou het niet voor mijn rekening willen nemen maar ik heb er dan ook niet voor geleerd. Bovendien vind ik het totaal oninteressant. Wat is dat nou voor pretentieus gezemel: een literaire mislukking. Een boek bevalt de lezer, is spannend, ontroerend, boeiend, prikkelend enzovoorts. Maar of het al dan niet literair gelukt is, het zou wat.



Bakker is een fascinerend mannetje. Ik lees zijn weblog (www.gerbrandsdingetje.nl) regelmatig, vaak lekker cynisch maar ook met veel oog voor detail en natuur. Beetje nurks en hoekig. Maar volgens mij is hij trouwens zo ijdel als de neten. Ik maakte hem eens mee op zo'n avond in de boekhandel en hij kreeg maar geen genoeg van de complimenten van de aanwezige leesclubdames. Logisch, zou ik ook hebben als schrijver. Doe je het toch voor. Maar toen hij later wat mompelend en niet al te geinteresseerd reageerde, tijdens een praatje dat ik met hem maakte, was ik natuurlijk verbolgen. Moet je bij mij niet doen. Ik sprak hem aan op Perenbomen bloeien wit, zijn eerste roman en destijds als jeugdroman gepresenteerd. Ook al met homoseksualiteit in 1 van de rollen. Mooi boek. Misschien moet hij dat maar weer eens doen: een jeugdboek schrijven.
Een poos geleden schreef ik hier uit te kijken naar de nieuwe Wieringa en de nieuwe Bakker. Ze vallen beide niet mee maar Gerbrand Bakker wint het toch ruimschoots. Dus als je moet kiezen tussen deze twee... Maar je kunt ook heel wat anders gaan lezen.
Jaaps boekencijfer: 6.7


woensdag 1 juli 2009

Dag Bijenkoningin

Veronica Hazelhoff 22 februari 1947 - 1 juli 2009


Lieve Veronica. Bedankt voor je prachtige boeken. Voor De Bijenkoningin en voor Veren. Voor de kennismaking met Maartje en met Mister P. En voor je vriendschap, al zagen we elkaar de laatste jaren niet meer. Zomaar eigenlijk. Net zoals we elkaar zomaar hadden leren kennen. Niet helemaal zomaar. Zoals de dingen in je boeken ook niet maar zomaar gebeurden. Het klikte direct.

We gingen regelmatig naar de film. Liefst zo B als mogelijk. Over rare vrouwen en onmogelijke liefdes. Of naar de schouwburg. De auto kon op het terrein geparkeerd met je gehandicaptenpas. Veel geroddeld, veel gelachen. Ondanks je pijn die er altijd was.

Dag lieve Veronica, dag Bijenkoningin.

donderdag 25 juni 2009

Kanshebbers op de Gouden Griffel (3)

Peter Verhelst, met prenten van Carll Cneut - Het geheim van de keel van de nachtegaal



Afgaande op de bekroningen van de afgelopen maanden, maakt dit boek met voorsprong de grootste kanshebber op de Gouden Griffel 2009. Het kreeg eerder ondermeer de Woutertje Pieterse Prijs en de Jonge Uil, niet de minste prijzen. Het is gevaarlijk om zo'n boek pas te lezen als het al zo gelauwerd is want dan zijn de verwachtingen hoger dan hoog. Maar vanaf het moment dat je Het geheim in handen hebt weet je dat het een bijzonder boek is. Prachtig vormgegeven, de bladzijden hebben gouden randjes en op ieder detail is gelet. Sla het op een willekeurige pagina open en je komt

Verhelst heeft het sprookje van Andersen over de Chinese nachtegaal in dit boek herverteld. Een klassiek verhaal over een keizer voor wie iedereen buigt, die onder de indruk raakt van het geluid van de nachtegaal. Nou wil het geval alleen dat de nachtegaal een vrij muizig grijs vogeltje is, qua uiterlijk niet in overeenstemming met het prachtige gezang. De keizer laat onderzoeken wat het geheim is van het gezang en bouwt het keeltje na in een gouden vogeltje om beide nachtegaaltjes te laten zingen. Maar dat gaat mis, het wordt een kakafonie en dat stemt de keizer treurig, en met hem het hele volk. De echte nachtegaaltjes voelen zich afgewezen. Een klein meisje uit een ver gelegen dorpje is de katalysator, zij klimt hoog in de bomen en heeft contact met de vogeltjes en zij weet hen weer aan het zingen te krijgen.

Ze zongen de zon uit de hemel

Ze zongen het ijs uit de Keizer

Ze zongen zijn tranen tot damp.

De teksten zijn zangerig en melodieus en heerlijk om voor je zelf of voor anderen hardop te lezen.
Peter Verhelst zet alle woorden op de juiste plek en is vooral sterk in de lichte ironie. Vooral daar waar hij de almacht van de keizer laat blijken.

"JA!", riepen de mensen. "JAAAA!!!!"
"MOOOOOOOOIE KEUZE VAN DE KEIZER!", riepen ze.
"Zo MOOOOOOI!"




Maar de kracht van dit boek zit vooral in de tekeningen. Vaak vrolijk en kleurig maar soms ook weer heel donker en duister en bijna somber. Daar waar de grijze nachtegalen zich in het bos verschuilen en je goed moet kijken om ze te zien. Soms hangen de prenten tegen de vervreemding aan maar Cneutt blijft net binnen de lijntjes van de realiteit.

Een prachtig boek. Om te krijgen en om cadeau te geven: een origineel geschenk. Maar misschien heeft het nu wel genoeg prijzen gehad.

Jaaps boekencijfer: 8.5

woensdag 24 juni 2009

Vingeroefening

Simon van der Geest – Geel Gras

Het is een nachtmerrie die veel kinderen hebben. Zelf kroop ik vroeger regelmatig uit bed om aan de deur van de woonkamer te gaan luisteren of mijn ouders er nog waren. Stel je voor dat ze me zomaar in de steek lieten.


Fieke zit er niet zo mee. Ze kruipt op een ochtend uit haar tentje op een camping in Frankrijk en dan blijkt het veldje leeg. Behalve een waslijn met twee rode theedoeken. Die zijn haar ouders ook vergeten, net als Fieke zelf. Blijkbaar zijn haar ouders nogal verstrooid. Er is alleen nog een gele plek in het gras, daar waar de caravan heeft gestaan. Fieke vindt het aanvankelijk wel vervelend en probeert haar ouders op te sporen maar dan komt ze het Nederlandse jongetje Jantwan tegen, die is weggelopen van zijn bedillerige moeder. Met hem beleeft ze een paar avonturen en uiteindelijk zijn papa en mama daar dan weer.
Geel Gras is het debuut van de jonge schrijver Simon van der Geest die tot nu toe vooral toneelstukken en verhalen voor kinderen schreef. Het verhaal begint veelbelovend waar Van der Geest de wat verwarde vader van Fieke beschrijft op de dag voordat hij zijn dochter vergat mee te nemen. Geestig en raak. De rest van het boek is vooral meer van het zelfde. Er is niet echt een idee dat consistent wordt uitgevoerd. Fieke is een grappig meisje, ze doet een beetje denken aan Otje, uit de boeken van Annie M. G. Schmidt, zoals sommige scenes ook zo in haar boeken hadden kunnen staan. Twee kinderen die zich verstoppen in een taart om er zich vervolgens voor een groot publiek op een acrobatische manier uit te bevrijden. M.G-eriger kan bijna niet.

Maar Van der Geest is nog lang geen Schmidt. Hij schrijft leuke korte scenes bij elkaar maar die maken nog geen boek. Met zijn stijl is niks mis. Hij gebruikt korte zinnen en vaak geestige dialogen die krachtig overkomen. Het probleem zit in de opbouw en het verhaal. Fieke is geen sterk uitgewerkt karakter, ze overtuigt niet, ze boeit niet, ze is niet geloofwaardig. En het verhaal heeft geen noodzaak en geen angel. Een meisje dat vergeten wordt en dat er niet echt om maalt. So be it.

Ik sluit niet uit dat Simon van der Geest ons ergens in de komende jaren gaat verheugen met een kwalitatief hoogstaande jeugdroman. Of zelfs een schrijver van belang wordt. Dan kunnen we zeggen dat Geel Gras een vingeroefening was. En niet meer dan dat.

Jaaps boekencijfer: 6.5

zondag 21 juni 2009

Kanshebbers op de Gouden Griffel (2)

Edward van de Vendel & Floor de Goede – Opa laat zijn tenen zien – en andere stripgedichten




Stripgedichten, ze zijn nieuw en ze gaan zo:

Ik had – de kat – uit mijn klauwen laten vallen...
dus de kat werd kwaadEn hoewel een kat niet praat zei ik SORRY tegen hem...
“Maar laten we niet gaan staan mauwen met z'n allen...
we zijn tenminste groot.
We kunnen tegen een stootje”
“O ja?”
zei de kat
en haakte me pootje.


En daar dan plaatjes bij, van de kat die valt en pootje haakt. Edward van de Vendel schreef 21 gedichten en Floor de Goede hakte de verzen op in partjes en maakte er tekeningetjes bij die in stripvorm zijn afgedrukt. Het resultaat is verbluffend. Dat is vooral te danken aan Floor de Goede, die het beste uit zich zelf heeft gehaald in deze bundel. De Ik ben geen stripfanaat maar ben meteen fan van Flo. Hij had een dagelijkse strip in het AD maar die is wegbezuinigd en nu staat ie volgens mij niet meer in de krant. Jammer, er moet toch ergens een plekje voor hem te vinden zijn? De Goede's tekeningen zijn grappig en gevarieerd en hij heeft alle mogelijkheden van deze stripvorm met gedichten ten volle benut. Soms is 1 tekening genoeg, soms moet alles binnen de lijntjes, of juist er buiten of wordt het decor (stadsmuziek) de vorm. Ook het kleurgebruik is ondersteunend. Het blijven stripjes en dus vaak heel eenvoudige tekeningetjes maar er zitten ook echt mooie platen tussen zoals in Mijn zusje en mijn oma of Lek, die toevallig beiden over slecht weer gaan. De Goede kan blijkbaar goed een storm neerzetten.

De gedichtjes zijn soms een beetje treurig. Over een jongetje dat onder een boom zit te mokken omdat zijn bal vast zit in de takken. Wat leidt tot de briljante zin:

En als je nog eens durft te vragen – jochie heb je straf? – dan schreeuw ik – nee ik ben een voetbalvogel – en ik broed – van onderaf.

Of over het jongetje dat niet kan voetballen en alleen door zijn verschijning op het veld al een strafschop waard is. Kleine verhaaltjes en schetsjes die klinken als een klok. Niet allemaal even sterk of noodzakelijk en niet altijd vrij van dwangrijm maar Edward van de Vendel toont zich hier opnieuw de alleskunner. Het gevaar van zo'n schrijver die op veel levels kan schrijven (makkelijk, moeilijk, grappig, poetisch, serieus) is dat het niveau gaat lijden onder de grote productie. Maar dat is in deze bundel gelukkig niet het geval. De meeste gedichten blinken uit door de eenvoud, de kortste zijn ook nog eens de beste. Het titelgedicht over de tenen van Opa die in een strenge winter bevroren zijn, is een juweeltje. Het laatste regeltje is:
Ik tel ze en ik tel ze, en ik, kom maar niet aan tien. In dat zinnetje en dat plaatje komt alles bij elkaar wat deze bundel zo sterk maakt.

De gedichtjes gaan nog meer leven als je ze hardop voorleest en daarom is dit ook een uitermate geschikt als voorleesboek. Een erg leuke bundel dus. Pretentieloos, vakkundig en geestig: ik schoot regelmatig hardop in de lach. Hopelijk werkt het duo niet voor de laatste keer samen, ik wil meer!

Jaaps boekencijfer: 8.4