zaterdag 22 november 2008

Kleine stinkerd

Henk van Straten – Ik ben de regen

Behalve de titel klopt vrijwel alles aan dit boek. Meteen die titel maar even dan hebben we dat gehad. Waarom er voor zo’n quasi-literaire benaming is gekozen, is een raadsel. Zeker als een prachttitel als ‘Kleine stinkerd’ een inkoppertje is. Deze hardcore roman met zachte kanten verdient een vlaggetje dat precies die lading dekt.

Zo, dat was de titel en dan nu het boek zelf. Ik had het gekocht vanwege een artikel in Vrij Nederland over een jonge lichting Nederlandse schrijvers die als ‘de optimisten’ werden aangeduid. Van Straten viel me meteen op door zijn foto (een voormalig zanger van een hardcore bandje met veel tattoo’s, prettig om naar te kijken ook nog eens) en de beschrijving van de roman wekte zowel nieuwsgierigheid als aarzeling. “Harder dan hardboiled”, daar kan je veel kanten mee op. Van Straten kiest gelukkig de goede kant. Na de eerste 100 bladzijden ben ik over mijn scepsis heen en lees het boek in één ruk uit. Het is geen boek voor mietjes en toch vind ik het geweldig. Wat een fantastisch debuut. Heerlijk dat er weer schrijvers opstaan die gewoon schrijven. Korte zinnen, een lawine van gebeurtenissen en puur filmisch geschreven. Van Straten vertelt in Vrij Nederland dat de redacteur in de kantlijn I.A. zette op het moment dat het te zoetsappig werd, lees: Isabelle Allende-achtig. En als ik aan 1 schrijfster een bloedhekel heb....




Het verhaal is enerverend: Chris Hoop is voortdurend de wanhoop nabij en weet van voren niet wat hij van achteren aan het doen is. Zijn bovenbuurman ("gast") woont zo’n beetje bij hem in, zijn ex-vrouw maakt hem het leven zuur door hem steeds minder contact met zijn kind te gunnen. Oh ja, het kind. Baby Gijs. Hij is eigenlijk de hoofdrolspeler van het boek. Gijs is de pudding in de cake. Door hem houdt Chris grip op het leven en blijft het boek op het spoor. Deze ‘kleine stinkerd’ zorgt voor de balans. Verder niet teveel over het verhaal. Het gaat vooral om de taal, het tempo en het ritme. Ik kwam in een soort cadans terecht waarbij ik snakte naar meer en meer en uiteindelijk uitgeput het boek neerlegde. Een trip. Het dendert maar door en Van Straten beukt op je in met nog harder, nog gekker en nog onwerkelijker. Ondertussen kruipt die kleine Gijs er tussendoor en accepteer ik het allemaal maar.
Onthouden dus: Henk van Straten. Ik ben meteen fan. Hij heeft al een jeugdboek geschreven: Zwarth, dat ga ik meer eens opsporen.

Er zit veel muziek in het boek, luister hier naar en je zit meteen in de sfeer. Ik kreeg zin mijn platen van Jesus and the Mary Chain en Husker Du van zolder te halen.

En die film moet er komen. Kleine Stinkerd met in de hoofdrol Theo Maassen (net als de schrijver uit Eindhoven afkomstig) speelt Chris en die blonde van de Gooische Vrouwen lijkt me heel geschikt voor de rol van de ordinarire Debby Jansen. Als niemand het script schrijft, doe ik het wel.

Jaaps boekencijfer: 8.9

zondag 16 november 2008

Links geweld

Hari Kunzru - Mijn revoluties

Of extreem-links ineens een thema is in de literatuur durf ik niet te zeggen maar feit is dat dit al de tweede keer in korte tijd is dat ik een boek las over iemand die worstelt met zijn activistische verleden. De discussie over acties in de jaren zestig, naar aanleiding van de openbaring en het aftreden van Wijnand Duyvendak, is weer wat gaan liggen maar in het nieuws waren alleen de afgelopen week al twee heftige acties die zo uit dit boek konden komen. Een bom onder een auto en een beklad huis van een medewerker van de vreemdelingenpolitie. Beide acties die de nodige publiciteit genereerden en voor veel discussie zorgen. Gewelddadige acties mogen niet, simpel zat, maar ik vind het zo onverkwikkelijk dat er nog altijd op een ondoorzichtige manier dierproeven plaatsvinden, dat ik een lichte sympathie voor dat soort acties nooit helemaal weg kan stoppen. Al was de actie nu wel gericht tegen iemand die er relatief ver van afstond.





Het zou ook nog zomaar kunnen dat die acties door dezelfde mensen zijn gepleegd want Kunzru beschrijft in zijn boek verschillende groepen die zo'n beetje tegen alles in opstand komen. Het boek is vrijelijk gebaseerd op een beweging die begin jaren zeventig bekend stond als de Angry Brigade en een aantal bomaanslagen pleegde. Maar het is niet bepaald een documentaire of een historische roman maar toch vooral een psychologisch boek, waarin we Mike Frame volgen die in zijn activistische jaren Chris Carver heette. Of beter gezegd: Chris is zich later Mike gaan noemen en heeft onder die naam een rustig burgerbestaan met vrouw en dochter opgebouwd die niet op de hoogte zijn van zijn verleden. Michael Frame krijgt bezoek van iemand die hij van vroeger kent. Een periode die hij blijkbaar zo drastisch heeft afgesloten dat de paniek direct in volle hevigheid toeslaat en hij terugverlangt naar de heroine waar hij een poos aan verslaafd is geweest. De herinneringen komen terug en lopen op diverse manieren door het boek heen. De manier waarop we dingen hebben weggedrukt is ook meteen een thema. Dit citaat geeft dat zo'n beetje aan:

Na al die jaren als Mike Frame is het weleens moeilijk om de weg terug te vinden naar Chris Carver, me te herinneren waarom hij tot de keuzes kwam die hij maakte. Er lijkt zo'n duidelijk verschil tussen hoe ik wilde dat het ging en hoe het in werkelijkheid ging; niet alleen in de wereld, maar ook in ons groepje, onze revolutionaire cel.

Michael wordt via zijn verleden gechanteerd. Een wat warrige verhaallijn. Het boek verliest sowieso aan tempo en zeggingskracht door de voortdurende tijdssprongen. Ik had me er iets van meer van voorgesteld. Het meest boeiende is de gedetailleerde beschrijving van de linkse scene die aansluit bij de beelden die ik daarvan heb. Veel saamhorigheid maar ook heel veel wantrouwen en vooral een dwingende discipline als het om opvattingen gaat. Oeverloze discussies en scherpslijperij waarbij het er niet zelden dogmatisch aan toe gaat. Vermakelijk zijn ook de omgangsvormen: het individu bestaat eigenlijk niet en je hebt het maar te accepteren als iemand met jouw geliefde naar bed gaat. Vooral de Kritiek-Zelfkritiek-sessies waarin dit soort geneuzel plaatsvindt behoren tot de hoogtepunten van het boek. Kunzru heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de linkse actiegroepen in de jaren zestig/zeventig en dat is te merken.

Het zelfonderzoek van Chris alias Michael wordt gaandeweg een beetje slepend en vermoeiend en de spanning ebt langzaam weg. Vooral een boek voor die mensen die geinteresseerd zijn in politiek, in de linkse beweging en de discussie over de grenzen van het geweld.

Volgende week gaan we gezellig naar de film over Baader Meinhofgroep om dat debat voort te zetten. Het blijft een boeiend thema.

Jaaps boekencijfer: 7.0

vrijdag 7 november 2008

Kwaliteits-kommer- en- kwel

Marjolijn Hof - Moeder nummer nul

Pas na haar veertigste koos Marjolijn Hof definitief voor het schrijven, wat nog eens bijna tien jaar later resulteerde in de veelbekroonde jeugdroman Een kleine kans (gouden griffel en gouden uil, meer kan eigenlijk niet). Hof schrijft boeken die we vroeger 'de kommer -en kwelreeks' noemden. De boeken van uitgeverij Lemniscaat waar thema's als pesten, scheiding en andere ellende in naar voren kwamen. De volwassen Carrie Slee zeg maar en ik was er dol op. Dat de boeken kwalitatief niet verheffend waren, boeide me toen nog niet zo. Inmiddels wel en daarom zijn de boeken van Hof een welkome voortzetting van de probleemboeken. Hof verstaat de kunst om grote problemen klein te maken zonder ze tot drama te verheffen. Een beetje in de lijn van bijvoorbeeld Veronica Hazelhoff die de laatste jaren helaas niet meer zoveel schrijft.





In Moeder Nummer Nul gaat de geadopteerde Fejzo op zoek naar zijn biologische moeder. Die zoektocht is eigenlijk maar een terloops onderdeel van de roman. Het gaat er Hof vooral om dat we de gedachten, wensen en twijfels van Fejzo leren kennen en met hem meedenken en voelen. Daar slaagt ze wonderwel in. Vooral door trefzekere korte zinnen te gebruiken. Bijvoorbeeld op de eerste pagina als Fejzo zichzelf beschrijft: "Mijn moeder zegt dat ik honing-ogen heb. Dat is nogal overdreven. Mijn ogen zijn bruin, maar niet bruin genoeg. Alsof de ogenkleur bijna op was toen ik werd gemaakt." Even later omschrijft hij zijn zus, ook geadopteerd: "De naam van mijn zus is een ramp. Ze heet An Bing Wa. Zelfs Chinezen vinden dat merkwaardig. An Bing Wa betekent zoiets als Vredige IJsbaby. (...) Als ik haar kwaad wil maken noem ik haar IJsbaby".


Zonder dat we het doorhebben, zit er enorm veel informatie in deze zinnen en wordt de manier waarop Fejzo in het leven staat, subtiel beschreven. Fejzo is een wat onzekere jongen die het meisje dat hij aardig vindt, er met zijn beste vriend vandoor ziet gaan. Hij baalt er van maar tegelijkertijd moet hij er niet aan denken om te zoenen, dat je het spuug van iemand anders binnenkrijgt.


Hof blinkt uit in het beschrijven van de gedachten van Fejzo. Bijvoorbeeld als hij in de trein zit op weg naar het adoptiebureau en zich realiseert dat zomaar een van de dames tegenover hem zijn moeder zou kunnen zijn. Hof is ook een meester in het schrijven van dialogen; vooral de korte gesprekken tussen Fejzo en Maud zijn pareltjes, door datgene wat er niet gezegd wordt. Datzelfde geldt voor de manier waarop Fejzo met zijn ouders en zijn zusje praat. Het is af en toe moeilijk en pijnlijk maar ook zo ontzettend invoelbaar. Fejzo blijft ondanks zijn stugheid een personage waar je sympathie voor houdt zonder dat Hof een slachtoffer van hem maakt.


Als ik al kritiek op haar boeken heb is dat ze iets te weinig bij haar thema blijft, of anders gezegd: er teveel bijhaalt om de contouren van het verhaal te schetsen. In dit geval een zwerver die het brood van de eenden rooft en op de een of andere manier een functie in het verhaal moet hebben, zonder dat precies duidelijk wordt welke.


Moeder Nummer Nul heeft net als Een kleine Kans een wat sullige omslag maar dat zegt gelukkig helemaal niets over de inhoud.


Jaaps boekencijfer: 8.0

maandag 3 november 2008

Voorzag Hitler onze verwarring?

Hans Műnstermann – Land zonder Sarah

'Van de winaar AKO Literatuurprijs 2006' staat er als aanprijzing op de cover. De bekroning van De Bekoring was destijds een behoorlijke verrassing en blijkt goed voor de verkoop: er zijn er volgens de uitgever bijna hondderdduizend van verkocht. Dat boek was het vijfde uit een cyclus over Andreas Klein (waar ik er overigens geen 1 van las), dit nieuwe boek is waarschijnlijk een eenmalige expeditie.



Moet ik nu gaan uitleggen waar het over gaat? Mijn hemel, dat valt niet mee. Ik durf het nauwelijks omdat ik bang het niet helemaal goed te hebben begrepen en daardoor onjuiste dingen doorgeef. Zeker als ik de recensie van Arjan Peters in de Volkskrant lees die het blijkbaar allemaal wel helemaal begrepen heeft.

In ieder geval komt Hitler in het boek voor, en een hoofdpersonage dat Wolf heet. In mijn beleving droomt Hitler een droom die zich afspeelt in onze tijd waarin Pim Fortuyn aan de macht is en er een moord gepleegd is op een jonge tv-ster van Chineze afkomst. Hitler belt zijn vriendin om de droom te vertellen en daardoor speelt het verhaal zich zowel in 1940 als in deze tijd af. Munstermann doet gekke dingen met de tijd en ik begrijp dat dat zijn handelsmerk is maar het valt als lezer niet mee om het spoor helemaal te volgen. Moeten we nu concluderen dat er volgens de auteur parallellen lopen tussen de nazi-periode en onze huidige tijd? Heeft Hitler al voorzien wat er nu gebeurt. Munstermann schetst een Nederland dat uit het lood is geslagen maar hoe dat precies komt en waar dat heen gaat? Vragen dus, heel veel vragen na het lezen van dit boek.

Het boek is hallucinerend en tot op zekere hoogte ging ik mee in de trip. Er lopen veel lijnen door elkaar heen en dat is geen probleem maar het liefdesverhaal vond ik wat minder boeiend dan de politieke en maatschappelijke rode draad. Er wordt veel aangestipt, veel gesuggereerd en het gaat absoluut niet over niks. Maar waar het precies wel over gaat? Ik durf het nog steeds niet te zeggen.

Wolf zegt op een gegeven moment tegen Eva: Ik ben niet verantwoordelijk voor mijn dromen. Dat is voor mij wel zo’n beetje de kern van het boek. Het gaat over verwarring, zinsbegoocheling en misschien wel vooral over een nachtmerrie. Dat is het boek zelf uiteindelijk niet. Maar het is wat mij betreft ook niet bepaald de natte droom van een boekenliefhebber. Het is gedurfd en het is knap geschreven maar ik had er graag wat beter mee uit de voeten gekund.

Jaaps boekencijfer: 6, 8

zaterdag 1 november 2008

Hele normale jongetjes

Peter van Gestel – Kleine Felix
Tanneke Wigersma – Ole durft
Bart Moeyaert – Duet met valse noten


Weer even een paar jeugdboeken tussendoor. De cijfers die ik aan het slot geef, spreken voor zich. Van Gestel schreef met Mariken en Winterijs al twee klassiekers en Kleine Felix is iets bescheidener van opzet maar past qua niveau rustig in dat rijtje.



Het boek is in feite een literaire versie van Kruimeltje. Het speelt zich af net na de Tweede Wereldoorlog, die in Winterijs een veel belangrijker rol speelde, hier is de oorlog geen thema maar is de tijd van de wederopbouw louter het decor. Felix heeft als achternaam Wonder en dat staat direct synoniem voor het gezin waarin hij opgroeit. Vader is goochelaar en neemt zijn moeder mee op reis naar Amerika om daar te werken. Het boek beschrijft de tijd van Felix in kinderhuis Vreugdevol waar de jongen gepest wordt vanwege zijn geringe lengte en het bovendien gewoon zwaar heeft omdat er nare mensen werken die niet van kinderen houden. Wat het boek bijzonder maakt is de gedachtewereld van Felix en zijn naïeve onschuld, al klinkt dat hier poëtischer dan het is. Felix gaat zo’n beetje uit van het goede en begrijpt vaak niet waarom mensen elkaar het leven zuur maken. Het is een beetje de aloude kwestie van: wie is er nou eigenlijk gek. De gedachtes van Felix zijn logisch maar laat het leven nou eenmaal niet zo heel logisch in elkaar zitten. Felix observeert en verbaast zich over veel dingen en houdt ons op die manier een spiegel voor. Van Gestels stijl is loepzuiver, er staat geen woord teveel in het boek en de droge humor spat van de pagina’s af zonder opzichtig te zijn. Een heel normaal jongetje die Felix Wonder, die zich staande houdt in een wonderlijke wereld.

En het kan nog mooier. Ole is ook al zo’n gewoon jongetje al is het natuurlijk wel bijzonder als je moeder om het leven komt en je ineens alleen met je vader in een huis woont. Een nieuw huis nog wel want papa vond het nodig om te verhuizen. Ole durft beschrijft de eerste dagen in het nieuwe huis waarin Ole er in slaagt om zijn vader om de tuin te leiden, zodat hij niet naar school hoeft. Ole leeft net als Felix in een eigen binnenwereld die hij nodig heeft om zichzelf een nieuwe plek in het leven te geven. Want hoe doe je dat in een onbekende omgeving? Nou, bijvoorbeeld door een ontsnapt konijn te vangen en het bij een buurvrouw af te leveren en die vervolgens van haar straatvrees af te helpen. Ole durft dat allemaal maar dat klinkt veel stoerder dan het is.



De schrijfster Tanneke Wigersma was voor mij een onbekende maar ik ga haar nu in de gaten houden. Dit is het soort jeugdboeken die ergens over gaan zonder in de duidelijk zichtbare problemen en drama’s te vervallen. Het leven gaat door maar ook weer net niet helemaal. En het komt gelukkig ook nog goed, dat hoort bij zo’n boek.

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het boek is het debuut van Bart Moeyaert opnieuw gegeven. Duet met valse noten is vooral interessant om in het perspectief van zijn daarop volgende boeken te schrijven. Ik heb een soort van haat-liefde relatie met Moeyaert. Hij kan prachtig schrijven maar vervalt soms in literair geknutsel en gekunstel waardoor hij in mijn ogen zijn doel wel eens voorbij schiet. In Duet met valse noten staat Moeyaert heel dudielijk nog aan het begin van die literaire ontwikkeling en verlang je als lezer juist weer naar iets meer eigenzinnigheid. Maar de stilist die Moeyaert is, is al herkenbaar. Het is in feite een supereenvoudig verhaal over een eerste liefde en tot op de helft ook behoorlijk adembenemend door de koortsachtige stijl waarmee de verliefdheid wordt beschreven. Als de liefde afneemt, zakt het boek ook nogal in elkaar.




Interessant is wel de toevoeging van Moeyaert die in een nieuw hoofdstuk beschrijft hoe het boek destijds tot stand is gekomen. Hij was nog maar 17 toen hij er aan begon en 19 toen het verscheen. De derde uitgever herkende zijn talent en hapte toe. Anders hadden we wellicht nooit het meesterwerk Broere kunnen lezen.

Jaaps boekencijfers: Kleine Felix: 8.5 – Ole durft: 8.8 – Duet met valse noten: 7.8

vrijdag 31 oktober 2008

AKO-jury: fictie graag!

Komende maandag wordt bij Pauw & Witteman bekend gemaakt welk boek de AKO Literatuurprijs 2008 wint.

Ik schreef er al eerder over en werd er terecht door iemand op gewezen dat ik er niet op teruggekomen ben en of dat kwam omdat ik er met mijn voorspelling honderd procent naast zat. Klopt. Ik kan niet tegen mijn verlies. Maar ik was ook echt teleurgesteld, niet zozeer omdat mijn glazen bol niet werkte maar vanwege de nominaties. De helft van de zes genomineerde boeken is non-fictie en dat vind ik jammer. Kunstprijzen hebben sowieso een hoog appels en peren gehalte maar als je er dan ook nog perziken en bananen tussenstopt. Een roman vergelijken met een roman heeft dan nog wel iets rechtvaardigs maar hoe verhoudt zich een essaybundel tot een fictief verhaal en literaire non-fictie tot een verzonnen verhaal? Voor al die andere genres zijn er inmiddels eigen prijzen in het leven geroepen. Non-fictie en geschiedenisboeken kennen hun eigen prijzencircuit en daar worden fictieve romans ook niet bekroond. Daarom zou de jury van de literatuurprijs zich wat mij betreft ook louter over romans moeten buigen. Waarbij er al genoeg gerommel is over genres als jeugdboeken, proza, strips enzovoorts. Dus is het spijtig voor Machiel Bosman, Chris de Stoop en Bianca Stigter maar ik vind dat zij met hun non-fictie geen literatuurprijs verdienen. Non-fictie is een totaal andere discipline die hele andere vaardigheden vereist. Het schrijven ervan heeft weinig tot niets met het schrijven van fictie te maken. Een jazzprijs wordt ook niet aan een rapper gegeven en een piano-award niet aan een zangeres.

Dus blijven over: Doeschka Meijsing met Over de liefde, Leon de Winter met Het recht op terugkeer en Tomas Lieske met Dűnya. Ik heb me er dit keer niet toe kunnen zetten al die boeken te lezen. Alleen De Winter las ik en daar was ik niet zo enthousiast over. Meijsing staat wel op het lijstje want haar onderwerp intrigeert me: het schijnt onder andere te gaan over haar relatie met Xandra Schutte en met haar heb ik nog een korte tijd in de redactie van een homoblad gezeten. Niet dat ik haar echt ken maar het is toch een gegeven dat nieuwsgierig maakt.

Ik kan geen vergelijking maken tussen deze drie boeken maar omdat de AKO-literatuurprijs van de 21 keer nog maar 3 maal aan een vrouw is uitgereikt (aan Brigitte Raskin, Margriet de Moor en voor de laatste keer in 1995 aan Connie Palmen voor De Vriendschap. ) wordt dat wel weer eens tijd. Doeschka maar doen dan? Hoe dan ook: AKO-jury, laat het in ieder geval een echte roman zijn!

donderdag 30 oktober 2008

Gepassioneerde kelners

Alain Claude Sulzer - Een volmaakte kelner



De stroom aan roddels, geruchten en hele en halve waarheden over het vermeende dubbelleven van Jörg Haider is welkome en smakelijke kost en leidt de aandacht even af van die maar voortijlende kredietcrisis. Dat de conservatieve populist de herenliefde consumeerde en daarbij een voorkeur had voor knapen beneden de dertig, was al een publiek geheim maar ligt na zijn dood op straat. Over de doden niets dan goeds en feitelijk is er natuurlijk weinig aan de hand behalve dan dat het ongemak en de verlegenheid van Haiders politieke bondgenoten vermakelijk is om te volgen. Het gezegde: er ligt een lijk in de kast, krijgt hier wel een heel dubbelzinnige betekenis.

Toevallig las ik net het boek Een Volmaakte Kelner van Alain Claude Sulzer dat zich dan wel in een ander land (Zwitserland) en in een andere periode (vlak voor de Tweede Wereldoorlog) afspeelt maar de benepenheid en zwijgzaamheid rond homoseksualiteit heeft misschien toch wel het karakter van die naties te maken, die daar zo ingeklemd in de bergen liggen. Verder zijn er niet zoveel overeenkomsten tussen deze roman en de zaak Haider want die laatste geeft toch een wat nare smaak terwijl dit boek zindert van de liefde en erotiek. Al is het uiteindelijk een uitermate pijnlijk en treurige affaire die Sulzer zijn hoofdpersoon ‘Monsieur Erneste’ laat beschrijven. Erneste is kelner in een hotel in Zwitserland en wordt na dertig jaar door een brief herinnerd aan de passionele relatie met Jakob, een andere kelner, die zijn verdere leven zo’n beetje heeft beheerst. Ze houden van elkaar, ze doen het met elkaar op een klein zolderkamertje in het hotel, ze zijn een perfect stel. Totdat Jakob besluit mee te reizen met een geheime minnaar die gast in het hotel was.

De liefde is van een grote schoonheid, het verraad is bijna nog mooier en de manier waarop Sulzer dat weet te verwoorden is adembenemend. Hij laat de lezer in de huid van die wat stijve Erneste kruipen door heel beheerst met de taal om te gaan. Het is nergens overdadig en dramatisch en misschien juist daardoor zo aangrijpend om niet bijna de wat overdreven term ‘hartverscheurend’ te gebruiken. Een recensent van The Guardian gebruikt de zinsnede ‘discreet en tactvol maar ook verontrustend’ en dat is treffender dan ik het zelf zou kunnen omschrijven. Ingehouden, wil ik er nog aan toevoegen. Terwijl de hoofdpersoon het eigenlijk allemaal van de daken wil schreeuwen en bijna uit elkaar barst, blijft hij de volmaakte kelner. Die beheerstheid maakt het ook in alles het tegenovergestelde van het flamboyante leven van Haider; wel net zo geheim misschien maar toch heel anders.

Het is geen expliciete homoroman, juist ook omdat het nogal universeel is beschreven en het over herkenbare thema’s als liefde en verraad gaat. Maar het spreekt mij wel extra aan omdat homoseksualiteit er een rol in speelt; dat maakt het toch wat meer invoelbaar.

Het is zo’n boek dat lijkt voort te kabbelen maar waarin zich onder de oppervlakte veel afspeelt. Aan het slot van het boek net weer iets te veel naar mijn zin, daar krijgt het verhaal een wending die niet aansluit bij de rest van de roman en in mijn ogen ook niet zo functioneel is. Dat maakt het boek net niet helemaal perfect, net niet boven de 9.


Jaaps boekencijfer: 8.8

zaterdag 25 oktober 2008

Teveel Bach

Anna Enquist - Contrapunt




Mooi mens, die Anna Enquist, in de zin van: mooi oud. Ze debuteerde pas op haar 46e en dat is hoopgevend voor al die Nederlanders die nog zo graag een roman willen publiceren, dat zijn er meer dan een miljoen.

Enquist is trouwens nog maar 63 maar ze heeft iets getekends met dat grijze haar en die groeven in haar gelaat. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het verliest van haar dochter bij een verkeersongeluk, die tragische gebeurtenis die het thema vormt in Contrapunt.

Noem mij een barbaar maar ik weet niets tot weinig van Bach, de piano hier in huis blijft al jaren onaangeroerd en de Goldbergvariaties van Johann S.: het zal wel. Klassieke muziek heeft niet mijn interesse al kan ik er best van genieten maar ik heb er geen verstand van op een theoretisch niveau. Dat zet me als lezer van deze roman meteen op achterstand want het gaat voortdurend over toonsoorten, meerstemmigheid, zesachtste maten enzovoort. Neem een zinsnede als dit: "De dertiende variatie, de eerste met een echt langzaam tempo, een trieste sarabande omrankt door eindeloze guirlandes van tere nootjes, weliswaar in majeur...". Niet dat het automatisch een probleem is, dat ik weinig verstand of binding heb met het onderwerp van een boek. Ik besprak hier onlangs nog die prachtige roman over Lapland terwijl ik nooit in Lapland ben geweest. Bij deze roman is het echter wel hinderlijk om dat werk van Bach niet te kennen. Het boek is volledig geconstrueerd naar al die variaties en ieder hoofdstuk begint met een notenbalk.

Van Het Meesterstuk en Het Geheim herinner ik me toch vooral de knappe constructie die een combinatie van diepgang en leesbaarheid opleverde. Bij Contrapunt gaat dat niet op, het stoort en het leidt af van waar het werkelijk om gaat: dat is het verhaal van een moeder die de dood van haar dochter verwerkt. Pas op driekwart van het boek ga ik meevoelen met de vrouw (die jammer genoeg afstandelijk als 'de vrouw' en ze wordt aangeduid) en haar tragiek. Dan komt er ook wat meer vaart in het boek en verdwijnt Johann S. Bach iets meer naar de achtergrond.

Ongetwijfeld klopt het allemaal als een bus, de hele opzet van de roman met al die variaties en het grote contrast tussen buiten en binnen. Tussen de kleine wereld van de vrouw en haar verdriet en de grote wereld die gewoon doordraait. Maar de vrouw blijft voor mij teveel op afstand, ik voel haar verdriet niet mee, ik speel geen piano met haar en begrijp maar niet waarom ze zich zo druk maakt om die variaties. Misschien als Enquist voetbal als metafoor had gekozen,waar ze ook vaak over schrijft in bijvoorbeeld Hard Gras, en wat dan weer wel in mijn belevingswereld past; misschien dat het verhaal me dan direct bij de strot had gegrepen. Ik denk dat het echt een boek is voor liefhebbers van klassieke muziek. Ook in haar andere romans speelde die muziek een rol maar veel minder dwingend dan hier.

Jaaps boekencijfer: 6,5

zondag 19 oktober 2008

Een berg najaarsboeken

Het is met literatuur eigenlijk net als met de televisie. Er is de hele zomer weinig tot niets te beleven en in het najaar word je dan plots weer bedolven onder een enorme hoeveelheid boeken. De afgelopen weken verschijnt de ene na de andere interessante Nederlandstalige roman. Moeilijk kiezen, want ik kan toch echt niet alles lezen. En ik wil ook niet alles lezen. Hoe bepaal ik dan wat ik wel lees? Recensies, vrienden en meestal een toevallig onderschept recensie-exemplaar dat op de redactie of thuis binnenkwam. Hier wat boeken die net zijn verschenen en die mijn interesse wel hebben maar toch zal ik een keuze moeten maken want er moet meer geschieden in het leven dan lezen (helaas).




Arnon Grunberg - Onze Oom
Ik heb een haat-liefde verhouding met Grunberg al overheerst toch vooral het onbegrip. Ik begrijp zijn taaal vaak niet, vindt zijn thema's niet interessant en lees zijn boeken niet echt voor mijn plezier. Ik twijfel dus over zijn nieuwste. De verhaalomschrijving intrigeert maar dat is meestal zo bij Grunberg maar de recensies zijn wisselend. Zijn laatste boeken Tirza en De Joodse Messias las ik wel maar ik snap toch niet helemaal waarom al die literaire jury's zo met hem op de loop gaan. Hij is een fenomeen natuurlijk maar misschien niet 'mijn fenomeen'.




Anna Enquist - Contrapunt
Hier verheugde ik me op. Enquist schreeft tot nu toe altijd zeer verhalende boeken en het is alweer even geleden dat ik een boek van haar las. Contrapunt heb ik meteen gelezen maar het viel niet geheel mee. Misschien omdat ik niet zo thuis ben in de klassieke muziek en de Goldbergvariaties van Bach geen gesneden koek voor me zijn. Binnenkort een recensie.


Erwin Mortier - Godenslaap

Lovende recensies, onder andere 5 sterren in de Volkskrant. Nogal een literaire en hoogstaande omschrijving maar wel een fascinerende Vlaamse schrijver.

Esther Gerritsen - Een kleine miezerige God

Ook al lovende recensies, eveneens 5 sterren in de Volkskrant. De tweede roman van deze jonge toneelschrijgster. Ik heb het in huis en wellicht begin ik er deze week aan. Het ziet er wel erg literair uit maar collega Mireille is er redelijk enthousiast over en haar oordeel is waardevol.



Dimitri Verhulst - Godverdomse dagen op een godverdomse bol

Ik heb hem al een paar keer horen voordragen op radio en tv uit dit boeken en dat klinkt prachtig. Misschien moet ik het luisterboek kopen want ik vraag me af of ik het gewoon lezend wel trek. Het is een soort geschiedenis van de evolutie van een jonge nogal gehypete Vlaamse schrijver waarvan ik in een eerder boek bleef steken. Dit wordt hem niet.

Christiaan Weijts - Via Capello 23
Weijts debuutroman viel enorm op en ik was er deels van onder de indruk. Dezelfde makke als met Enquist: ik heb niet zoveel met klassieke muziek. Dit boek speelt in Venetie en bevat erg veel verhaallijnen wat wel aanlokkelijk klinkt. Wie weet.

zaterdag 11 oktober 2008

Iedere journalist wil uiteindelijk een roman schrijven...

Pieter Webeling - Veertig dagen

Pieter Webeling ken ik vooral als journalist, hij schreef onder andere samen met Frenk van der Linden veel (soms spraakmakende) interviews voor de Nieuwe Revu. Van der Linden debuteerde twee jaar geleden ook al als romanschrijver met het felrealistische De Steniging wat volgens mij op de rol staat om verfilmd te worden. Veel journalisten willen een roman schrijven: hoe herkenbaar voor de schrijver van dit blogje. Waar zou die wens eigenlijk op gebaseerd zijn? Wellicht om iets geheel authentieks te produceren in tegenstelling tot je altijd te moeten baseren op wat derden je leveren. En even weg te zijn van de waan van de dag en je langere tijd op jezelf te kunnen richten. Je eigen hersenpan en gevoelsleven uitlepelen en dan maar kijken of het creatieve produkt iets oplevert dat je met de buitenwereld wilt delen. Alhoewel journalisten misschien wel wat sneller dan andere schrijvers geneigd zijn te delen omdat ze eraan gewend zijn dat hun werk na een zekere deadline wordt gepubliceerd. Dat was misschien de makke van het boek van Van der Linden: De Steniging is rommelig en onaf. In aanzet een aardige poging om actuele thema's in een roman te verwerken maar te weinig doordacht en uitgewerkt. Het leest als een trein en ik raad je het ook zeker niet af maar ik had na afloop het gevoel dat het een beetje was blijven steken in een idee. Iets met liefde en wraak en met het multiculturele 'drama' maar met de hoofdpersonen kreeg ik niet zoveel.


Pieter Webeling lijkt meer tijd te hebben genomen voor zijn Veertig Dagen. Hij beschrijft de karakters overtuigend, Jennifer en haar zus Grace, hun vader en overleden moeder en hun diverse partners/minnaars. Het boek gaat over de relatie tussen twee zussen en wordt beschreven vanuit Jennifer die verraden is door haar zus Grace en het contact heeft verbroken. De terminale ziekte van Grace zet het hele spel weer op de wagen en als lezer vraag je je samen met Jennifer af hoe daarmee om te gaan. Er zijn dramatische en complexe dingen voorgevallen, die net binnen de grenzen van het voorstelbare blijven, maar niet zo heftig dat er geen enkel contact meer mogelijk zou zijn. Het knappe van deze roman is dat mijn sympathie gedurende het leven heen en weer hopst van Jennifer naar Grace en terug. Ik leef met beide mee en begrijp soms de ene zus goed en dan weer de ander om tenslotte helemaal op het verkeerde been te zijn gezet. Het is op de een of andere manier een prettig boek, volgens de uitgever 'veelgelaagd' en dat zal best maar mij gaat het in eerste instantie toch altijd om het leesplezier en dat is redelijk groot.
Er zitten net iets teveel irritante dingetjes in om heel erg enthousiast te zijn. Webeling is goed met taal maar wil voor mijn gevoel soms iets te nadrukkelijk leuk en bijdehand zijn, wat niet ten goede komt van het verhaal. Het is lastig om daar voorbeelden van te geven omdat die zo buiten de context niet zo duidelijk zijn maar in het algemeen heeft Webeling de neiging om hoofdstukjes af te sluiten met een soort van grap of vondst. En het boek telt 33 hoofdstukken dus dat is best vermoeiend. Een kwestie van iets te weinig darlings gekilld - ik kan me dat heel goed voorstellen want op de een of andere manier lees je het plezier van het schrijven in dit boek. Misschien had een redacteur net even strenger moeten zijn.

Het aardige was dat ik over dit boek nog helemaal niets had gelezen, wat niet zo vaak voorkomt. Ik zag het in de boekhandel en kocht het, omdat ik nieuwsgierig ben naar journalisten die een roman schrijven, en las het meteen. Dat leest lekker, de verrassing is groot en het geeft een soort fris en onbevangen gevoel. Ik ben benieuwd naar Webelings volgende boek terwijl ik over Frenk van der Lindens roman dacht: leuk geprobeerd, niet meer doen, ieder zijn eigen vak.
Het enige dat me kon beinvloeden was de mening van Adriaan van Dis op de achterflap: "Zijn romanpersonages zijn grensoverschrijdend - en hoe!". Een nietszeggende aanbeveling natuurlijk en ik vraag me ook af hoe die tot stand komt. Is Van Dis gevraagd de roman vooraf te lezen en iets aardigs te zeggen om te kunnen citeren? Zijn er tien van dit soort mensen gevraagd en is de leukste reactie uitgekozen (misschien vonden de andere negen het een waardeloos boek?). Niet nodig, uit een recensie citereren bij de tweede druk of op een vorig boek terugkomen, is nog tot daar aan toe. Laat een debuut maar voor zichzelf spreken.

En tot slot: kan uitgeverij Cossee niet eens iets aan die rare glimmende flapjes doen. Soms pakt het goed uit, zoals bij Boven is het stil van Gerbrand Bakker maar bij dit boek vind ik het vervelend, misschien ook omdat ik de omslagfoto (de achterkant van de benen van een dame die de trap oploopt) niet zo mooi vind. Helaas lukt het me even niet om hier een foto neer te zetten.

Jaaps boekencijfer 7.5