maandag 2 februari 2009

Paar verrassingen op longlist Libris

Op de longlist van de Libris Literatuurprijs staat gelukkig alleen maar echte fictie waaronder de boeken van veel usual suspects zoals Mutsaers, Noordervliet, De Winter, Enquist, Mortier, wederom Meijsing en natuurlijk de onvermijdelijke Grunberg. Ik heb er 7 van de 18 gelezen (en drie ervan met een onvoldoende beloond op deze blog). Wat mij betreft een paar verrassingen: de debuutroman van journalist Robert Vuijsje die door mij als oninteressant aan de kant was gelegd;en Cel van Charles den Tex die op dit blogje met een 7.3 werd beloond Maar tot mijn grote vreugde staat daar ineens ook Familievlees van Martin Hendriksma op. Een boek dat voor mijn gevoel onterecht nauwelijks was opgemerkt en een heel aardig en lezenswaardig debuut is. Ik noemde het in de zomer van vorig jaar een aanrader, gaf het een 7,5 en typeerde het als 'droog, eigenzinnig, humoristisch en spannend' en leverde de uitgeverij en passant een opmerking voor de flaptekst van Hendriksma's volgende boek met de opmerking: 'Wat kan die man schrijven zeg'.

Dat zou toch wel een bekroning van deze blog zijn, als er eens uit geciteerd wordt op de achterflap van een roman. Dat er een auteur reageerde onder een van de besprekingen vind ik al een eerste succesje al had ik een licht gevoel voor schaamte over het lage cijfer dat ik Karlijn Stoffels had gegeven.

Terug naar de Libris-longlist: opvallend weing Vlamingen en merkwaardig dat uitgeverijen blijkbaar kunnen vergeten boeken hiervoor in te sturen. Het zal je maar overkomen als auteur. Ik heb naar aanleiding van de lijst het boek Visser van Rob van Essen besteld (ja, ja, ik ben ook een Boller tegenwoordig) en verder voorspel ik dat Godenslaap van Erwin Mortier gaat winnen. Ik heb het niet gelezen en ik ga het niet lezen maar het lijkt me typisch zo'n literair verantwoord boek waar een jury zich geen buil aan kan vallen.

dinsdag 27 januari 2009

Jaap Leest nog steeds

Geen winterslaap, geen blogger die al na een paar maanden de moed opgeeft en geen computercrash. Ik was er even helemaal uit en vind nu pas de energie en de moed terug om te schrijven. Een paar weken heb ik niet gelezen: ik was te moe. Gekke ervaring. Daarna heb ik het langzaam weer opgepakt. Eerst met een gemakkelijke thriller (Zusje van Camilla Lackberg, heel geschikt voor de overspannen lezer) en daarna met een stapeltje jeugdboeken (besprekingen volgen later) en een paar niet te moeilijke romans (de nieuwe boeken van Vonne van der Meer en Herman Koch). Wees dus niet ongerust, ik heb wel gelezen hoor. Ik had alleen niet zoveel puf om er hier over te schrijven.

En lezen zal ik blijven doen, of ik wil of niet. Gisteren kreeg ik van de collega's een mand met maar liefst 27 boeken die ze uit hun eigen boekenkast hadden geplukt, speciaal hadden gekocht of waar dan ook vandaan hadden gehaald. 27 boeken in 1 keer, bijna allemaal voorzien van een boodschap: dat is nog eens met recht een tsunami aan leesvoer. Wat een cadeau en wn wat een varieteit: van Nico ter Linden over het Oude Testament tot een zelfhulpboek van Wayne Dyer; cartoonbundels; voetbalverhalen van Hugo Borst; romans van Marianne Frederiksson en Arthur Japin en zelfs een dichtbundel van Rutger Kopland. Wat een weelde!!! Het mag een wonder heten dat ik nog maar 1 van de gegeven boeken in mijn bezit en gelezen hebt: Hoe God verdween uit Jorwerd van Geert Mak. Om er niet helemaal in om te komen heb ik er voorlopig zeven geselecteerd die op het stapeltje 'te lezen boeken' terecht komen en waarvan sommige misschien meemogen naar Chili, waar ik over een paar weken heenga en met zekerheid ook veel zal lezen.

De uitverkorenen zijn: Datumloze Dagen van Jeroen Brouwers; Wonderboys van Michael Chabon; Ali en Nino van Kurban Said; De Citroentafel van Julian Barnes; Bestseller van Paul Sebes, Alle Verhalen van Jan Wolkers. De rest heb ik even in een doos gedaan want ik hecht momenteel erg aan orde en netheid.

Ik ben al begonnen in De man onder de trap van Marie Hermansson omdat de gever er een erg enthousiaste aanbeveling bij heeft geschreven, het speciaal voor me heeft gekocht en de omschrijving 'een spannende psychologische roman over een man die de grip op zijn leven dreigt te verliezen' niet helemaal maar weer wel een beetje past bij de periode waarin ik nu zit.

donderdag 4 december 2008

Leeshonger

Hier geen Sinterklaas dit jaar dus moet ik mezelf maar even verwennen. Alhoewel ik iedere week een soortgelijk excuus heb om boeken te kopen. Ik had bijvoorbeeld 70 euro gewonnen bij online Yahtzee (ja, ja, hoe verzin je het - maar er zijn volgens mij ergere verslavingen) en daar mocht ik van mezelf dan weer boeken van kopen. Dat gaat altijd vijf keer zo snel als het uitzoeken van nieuwe kleding dus ligt er weer een nieuw stapeltje, terwijl ik ook nog in een dikke pil bezig ben. Maar de lange dagen zijn nog lang niet om. Hier de boeken: binnenkort zult u er hier besprekingen van aantreffen.

Aravind Adiga - De Witte Tijger

Al heel vaak laten liggen maar toch iedere keer weer even bekeken in de boekhandel dus moest het maar een keertje mee naar huis. De winnaar van de Booker Prize 2008.



Bericht aan allen - Michael Kumpfmueller

Is bij Broese Kemink boek van de maand en stond me aan te staren vanaf diverse lessenaars. Kende het boek niet en de auteur niet al zegt de titel van zijn vorige roman Lotgevallen van een beddenverkoper me vagelijk wel iets. Ik was meteen om bij de flaptekst (een minister van Binnenlandse Zaken die een sms-je van zijn dochter krijgt op het moment dat haar vliegtuig gaat neerstorten) maar eigenlijk ook al bij de aanduiding uit de Frankfurter Allgemeine Zeitung: 'De politieke roman van de eenentwintigste eeuw'.


Hans Vervoort - Het Bedrijf - Betere tijden

Deel 2 van Het Bedrijf (lees: De Weekbladpers, uitgever van o.a. Opzij en Vrij Nederland). Wie a zegt moet b zeggen en deel 1 was me goed bevallen.


Jonathan Littell - De Welwillenden

Hier ben ik zo'n honderd bladzijden in gevorderd maar dat gaat nog wel even duren want het is bijna duizend dichtbetypte pagina's lang. Een boek waar veel over te doen is want vanuit een SS-er beschreven. Het is enorm gedetailleerd maar het is vooral ook gruwelijk. Er zijn al zoveel joden afgeslacht in het stuk dat ik gelezen heb dat ik het maar een beetje ga doseren en het niet in 1 keer uitlees. Om de donkere dagen niet nog deprimerender te maken.



William Burroughs en Jack Kerouac- En de nijlpaarden werden gekookt in hun bassins

Maf boek, heb het inmiddels uit en het is echt voor de liefhebber. De vraag is nog steeds of ik daar toe behoor. Dat wist ik na het lezen van On the Road niet en dat weet ik nog steeds niet. Dit is wel een prachtige uitgave (het boek is al in de jaren 50 geschreven maar niet eerder gepubliceerd) trouwens met een verhelderende analyse en uitleg achterin, waar je beter mee kunt begin. Het boek is op feiten en volgens de achterflap 'een keiharde misdaadroman over een schokkende moord die de grondslag legde voor de Beat Generation'. De misdaad is wel hard maar wordt pas 20 bladzijden voor het einde gepleegd. Dus is het vooral veel voorspel en dan helemaal in de slepende stijl van Burrougsh en Kerouac die om de beurt een hoofdstuk schrijven. Veel drugs en alcohol en vooral veel lethargie. Niet zo cult als de uitgever ons wil doen laten geloven maar toch best aardig.
Jaaps boekencijfer: 7.2

Mohsin Hamid – De val van een fundamentalist

Intrigerende titel, dat vond ik meteen al maar het was even aan mijn aandacht ontglipt. Alhoewel ik gespitst ben op de zogenaamde ‘post 9/11’ literatuur en dit boek in 2007 al genomineerd was voor de Booker Prize. Ik kwam het tegen in de goedkope versie (tien euro!) en of het lot er mee speelt, was het thema ineens actueler dan ooit. De hoofdpersoon is namelijk een Pakistaan die zich voortdurend zorgen maakt over de spanningen tussen zijn land en India die enkele jaren geleden tot een kookpunt kwamen. De laatste tijd was de verhouding tussen beide landen redelijk stabiel maar door de aanslagen in Mumbay lijkt de zaak weer op scherp te staan. De actuele ontwikkeling maakt het boek nog een stukje interessanter omdat ik me realiseerde hoe wankel dat soort evenwichten zijn. En Mohsin Hamid, die zelf in Pakistan opgroeide, maakt duidelijk hoeveel impact dit soort kwesties op het dagelijks leven van mensen heeft. De familie van de hoofdpersoon leeft met een voortdtdurend gevoel van onbehagen en dreiging en dat heeft weer vrij ingrijpende gevolgen voor de in Amerika woonachtige ik-figuur.



De val van een fundamentalist leest als een trein en dat komt vooral door de vertelvorm. De hoodpersoon vertelt zijn verhaal aan een Amerikaanse toerist op een terras in Pakistan terwijl ze theedrinken en een maaltijd gebruiken. Er is iets vreemds met dat gesprek omdat er geen vertrouwensband is en de ik-figuur de Amerikaan probeert te overtuigen. Waarvan precies is niet helemaal duidelijk. Van zijn goede bedoelingen, van zijn waarheid? In ieder geval zit er iets broeierigs en dreigends in de overigens uiterst beleefde conversatie.
Het verhaal dat hij vertelt gaat over zijn werkzame leven in Amerika waar hij als student aan Princeton opvalt en meteen carriere kan maken. Hij blinkt uit in zijn werk en als hij dan ook nog eens de vrouw van zijn dromen ontmoet, lijkt niets een gelukkige toekomst meer in de weg te staan. Tot er na 11 september niets meer hetzelfde is, zeker niet voor een Pakistaanse Amerikaan. Hamid beschrijft de veranderingen in het leven van de jongeman op een subtiele en indringende manier. Het begint al direct met de verwarring die hij voelt na de aanslagen (hij voelt een lichte triomf)en de schaamte die daarbij hoort. Hij voelt zich anders dan zijn Amerikaanse collega's en vrienden en hij wordt ook anders benaderd en bekeken. Uiteindelijk laat hij zijn baard staan na een kort bezoek aan zijn ouders in Pakistan en is er geen houden meer aan de neerwaartse spiraal.




Er valt heel wat op dit boek af te dingen, met name dat de auteur wel erg veel kwijt wil in 200 bladzijdes en blijkbaar geen keuze kon maken tussen verschillende verhaallijnen. De vertelvorm werkt goed maar leidt tegelijkertijd ook wel wat af. Groter bezwaar is de liefdesgeschiedenis die er doorheen speelt en die een boek op zich waard is. De ik-figuur raakt in de ban van Erica, en dat is tot op zekere hoogte wederzijds. Erica is echter nog lang niet los van haar aan kanker overleden vriend. Het levert prachtige en heftige passages op maar het is wat veel allemaal.


Het levensverhaal van de hoofdpersoon is genoeg en levert een pageturner op, een boek dat je niet in één adem uitleest omdat dat fysiek onmogelijk is maar het scheelt niet veel. Het boek roept vooral vragen op: over afkomst en etniciteit en over de manier waarop mensen naar elkaar kijken, zeker na 11 september. Vragen waar de hoofdpersoon zelf nog het meest mee worstelt maar die ook bij mij als lezer achterblijven.

Jaaps boekencijfer: 8.0

woensdag 3 december 2008

De eerste liefde

Doeschka Meijsing - Over de liefde


Toch opvallend dat een literatuurprijs meestal weer goed is voor een hoger verkoopcijfer. Meijsing ligt weer prominent op de boekentafels en staat hoog (nummer 10 deze week) in de bestsellerlijstjes. Altijd lastig om een boek nog helemaal onbevangen te lezen als er al zoveel over gezegd en geschreven is en in dit geval dan vooral in positieve zin. Ik pretendeer niet het beter te weten dan de AKO-jury (al had mijn lijstje met genomineerden er heel anders uitgezien) maar ik ben iets minder enthousiast. Misschien dat Meijsing de prijs ook een beetje voor haar hele oeuvre heeft gekregen en niet alleen voor dit boek. In ieder geval verdient ze het wat mij betreft meer dan Leon de Winter, de andere genomineerde die ik las.



Het meest opvallende aan dit boek is natuurlijk dat het autobiografisch is en dat het om een love-story gaat die publiekelijk bekend was. Meijsing heeft jarenlang een relatie met journaliste Xandra Schutte die het ineens met de mannelijke publicist H.J. Schoo doet (inmiddels overleden) wat zo'n beetje iedereen weet behalve de schrijfster. In die tragedie ligt de basis voor het boek.


Hoofdpersoon Pip is dus in de steek gelaten en moppert en rouwt daar het hele boek door over. Gelukkig is daar goede vriend Jason die haar met relativering en spot weer wat aan de praat krijgt. Dan is er een auto-ongeluk en oh, groot toeval - de hoofdpersoon redt het leven van een oude liefde.

Je kan het een cirkelvertelling noemen, al weet ik niet of dat een literaire term is. Voor columns gaat het wel op, heb ik net in een cursus geleerd. De roman begint en eindigt met deze jeugdliefde. Een lerares met een verhaal. Die ontmoeting en haar indrukwekkende relaas onthoud ik van deze roman. Dat gaat echt over de liefde. Het gemopper en geklaag over andere vrouwen waar ze ooit verkering mee had, raakt me nauwelijks. Misschien door de stijl en taal van Meijsing. Al die ex-vriendinnen komen maar niet tot leven. Het draait dan ook allemaal om Meijsing zelf, om Pip. Natuurlijk is Pip woedend en verdrietig maar ze is vooral ook een enorme zeur en haar schaamte ervaar ik dan weer niet zo sterk. Pip worstelt een eind in de rondte en ik aanschouw het gelaten. Al die ex-vriendinnen komen maar niet tot leven en met de hoofdpersoon weet ik het wel na tweederde van het boek. Net als ik me afvraag wat ik toch mis en wat al die critici en de jury er wel in zien, komt de oude lerares van Pip, Buri Vermeer, weer voorbij. En heb ik het boek toch niet voor niks gelezen.

De eerste liefde van Pip. Voor mij is zij de hoofdpersoon van Over de liefde. Want al dat getreur over mislukte relaties is 1 maar hier gaat het om de Eerste Liefde. Die allereerste liefde, mijn hemel, dat is geen kattenpis. Die zet de toon. Je hebt van die schilderijen waar vooral je valt vanwege iets wat niet meteen op de voorgrond staat. Een bepaalde kleur of een figuurtje op de achtergrond. Zonder dat zou het niks zijn. In de ontmoeting tussen Pip en Buri gaat de roman echt zinderen. Meijsing heeft ineens veel minder woorden nodig om echte emoties neer te zetten. Juist omdat er tussen die woorden een heel leven valt te ontwaren.

Dat haal ik er dan weer uit want in de meeste recensies ligt de nadruk op heel andere zaken. Maakt niet uit. Het gaat tenslotte allemaal over de liefde!


Jaaps boekencijfer: 7.0

zaterdag 22 november 2008

Kleine stinkerd

Henk van Straten – Ik ben de regen

Behalve de titel klopt vrijwel alles aan dit boek. Meteen die titel maar even dan hebben we dat gehad. Waarom er voor zo’n quasi-literaire benaming is gekozen, is een raadsel. Zeker als een prachttitel als ‘Kleine stinkerd’ een inkoppertje is. Deze hardcore roman met zachte kanten verdient een vlaggetje dat precies die lading dekt.

Zo, dat was de titel en dan nu het boek zelf. Ik had het gekocht vanwege een artikel in Vrij Nederland over een jonge lichting Nederlandse schrijvers die als ‘de optimisten’ werden aangeduid. Van Straten viel me meteen op door zijn foto (een voormalig zanger van een hardcore bandje met veel tattoo’s, prettig om naar te kijken ook nog eens) en de beschrijving van de roman wekte zowel nieuwsgierigheid als aarzeling. “Harder dan hardboiled”, daar kan je veel kanten mee op. Van Straten kiest gelukkig de goede kant. Na de eerste 100 bladzijden ben ik over mijn scepsis heen en lees het boek in één ruk uit. Het is geen boek voor mietjes en toch vind ik het geweldig. Wat een fantastisch debuut. Heerlijk dat er weer schrijvers opstaan die gewoon schrijven. Korte zinnen, een lawine van gebeurtenissen en puur filmisch geschreven. Van Straten vertelt in Vrij Nederland dat de redacteur in de kantlijn I.A. zette op het moment dat het te zoetsappig werd, lees: Isabelle Allende-achtig. En als ik aan 1 schrijfster een bloedhekel heb....




Het verhaal is enerverend: Chris Hoop is voortdurend de wanhoop nabij en weet van voren niet wat hij van achteren aan het doen is. Zijn bovenbuurman ("gast") woont zo’n beetje bij hem in, zijn ex-vrouw maakt hem het leven zuur door hem steeds minder contact met zijn kind te gunnen. Oh ja, het kind. Baby Gijs. Hij is eigenlijk de hoofdrolspeler van het boek. Gijs is de pudding in de cake. Door hem houdt Chris grip op het leven en blijft het boek op het spoor. Deze ‘kleine stinkerd’ zorgt voor de balans. Verder niet teveel over het verhaal. Het gaat vooral om de taal, het tempo en het ritme. Ik kwam in een soort cadans terecht waarbij ik snakte naar meer en meer en uiteindelijk uitgeput het boek neerlegde. Een trip. Het dendert maar door en Van Straten beukt op je in met nog harder, nog gekker en nog onwerkelijker. Ondertussen kruipt die kleine Gijs er tussendoor en accepteer ik het allemaal maar.
Onthouden dus: Henk van Straten. Ik ben meteen fan. Hij heeft al een jeugdboek geschreven: Zwarth, dat ga ik meer eens opsporen.

Er zit veel muziek in het boek, luister hier naar en je zit meteen in de sfeer. Ik kreeg zin mijn platen van Jesus and the Mary Chain en Husker Du van zolder te halen.

En die film moet er komen. Kleine Stinkerd met in de hoofdrol Theo Maassen (net als de schrijver uit Eindhoven afkomstig) speelt Chris en die blonde van de Gooische Vrouwen lijkt me heel geschikt voor de rol van de ordinarire Debby Jansen. Als niemand het script schrijft, doe ik het wel.

Jaaps boekencijfer: 8.9

zondag 16 november 2008

Links geweld

Hari Kunzru - Mijn revoluties

Of extreem-links ineens een thema is in de literatuur durf ik niet te zeggen maar feit is dat dit al de tweede keer in korte tijd is dat ik een boek las over iemand die worstelt met zijn activistische verleden. De discussie over acties in de jaren zestig, naar aanleiding van de openbaring en het aftreden van Wijnand Duyvendak, is weer wat gaan liggen maar in het nieuws waren alleen de afgelopen week al twee heftige acties die zo uit dit boek konden komen. Een bom onder een auto en een beklad huis van een medewerker van de vreemdelingenpolitie. Beide acties die de nodige publiciteit genereerden en voor veel discussie zorgen. Gewelddadige acties mogen niet, simpel zat, maar ik vind het zo onverkwikkelijk dat er nog altijd op een ondoorzichtige manier dierproeven plaatsvinden, dat ik een lichte sympathie voor dat soort acties nooit helemaal weg kan stoppen. Al was de actie nu wel gericht tegen iemand die er relatief ver van afstond.





Het zou ook nog zomaar kunnen dat die acties door dezelfde mensen zijn gepleegd want Kunzru beschrijft in zijn boek verschillende groepen die zo'n beetje tegen alles in opstand komen. Het boek is vrijelijk gebaseerd op een beweging die begin jaren zeventig bekend stond als de Angry Brigade en een aantal bomaanslagen pleegde. Maar het is niet bepaald een documentaire of een historische roman maar toch vooral een psychologisch boek, waarin we Mike Frame volgen die in zijn activistische jaren Chris Carver heette. Of beter gezegd: Chris is zich later Mike gaan noemen en heeft onder die naam een rustig burgerbestaan met vrouw en dochter opgebouwd die niet op de hoogte zijn van zijn verleden. Michael Frame krijgt bezoek van iemand die hij van vroeger kent. Een periode die hij blijkbaar zo drastisch heeft afgesloten dat de paniek direct in volle hevigheid toeslaat en hij terugverlangt naar de heroine waar hij een poos aan verslaafd is geweest. De herinneringen komen terug en lopen op diverse manieren door het boek heen. De manier waarop we dingen hebben weggedrukt is ook meteen een thema. Dit citaat geeft dat zo'n beetje aan:

Na al die jaren als Mike Frame is het weleens moeilijk om de weg terug te vinden naar Chris Carver, me te herinneren waarom hij tot de keuzes kwam die hij maakte. Er lijkt zo'n duidelijk verschil tussen hoe ik wilde dat het ging en hoe het in werkelijkheid ging; niet alleen in de wereld, maar ook in ons groepje, onze revolutionaire cel.

Michael wordt via zijn verleden gechanteerd. Een wat warrige verhaallijn. Het boek verliest sowieso aan tempo en zeggingskracht door de voortdurende tijdssprongen. Ik had me er iets van meer van voorgesteld. Het meest boeiende is de gedetailleerde beschrijving van de linkse scene die aansluit bij de beelden die ik daarvan heb. Veel saamhorigheid maar ook heel veel wantrouwen en vooral een dwingende discipline als het om opvattingen gaat. Oeverloze discussies en scherpslijperij waarbij het er niet zelden dogmatisch aan toe gaat. Vermakelijk zijn ook de omgangsvormen: het individu bestaat eigenlijk niet en je hebt het maar te accepteren als iemand met jouw geliefde naar bed gaat. Vooral de Kritiek-Zelfkritiek-sessies waarin dit soort geneuzel plaatsvindt behoren tot de hoogtepunten van het boek. Kunzru heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de linkse actiegroepen in de jaren zestig/zeventig en dat is te merken.

Het zelfonderzoek van Chris alias Michael wordt gaandeweg een beetje slepend en vermoeiend en de spanning ebt langzaam weg. Vooral een boek voor die mensen die geinteresseerd zijn in politiek, in de linkse beweging en de discussie over de grenzen van het geweld.

Volgende week gaan we gezellig naar de film over Baader Meinhofgroep om dat debat voort te zetten. Het blijft een boeiend thema.

Jaaps boekencijfer: 7.0

vrijdag 7 november 2008

Kwaliteits-kommer- en- kwel

Marjolijn Hof - Moeder nummer nul

Pas na haar veertigste koos Marjolijn Hof definitief voor het schrijven, wat nog eens bijna tien jaar later resulteerde in de veelbekroonde jeugdroman Een kleine kans (gouden griffel en gouden uil, meer kan eigenlijk niet). Hof schrijft boeken die we vroeger 'de kommer -en kwelreeks' noemden. De boeken van uitgeverij Lemniscaat waar thema's als pesten, scheiding en andere ellende in naar voren kwamen. De volwassen Carrie Slee zeg maar en ik was er dol op. Dat de boeken kwalitatief niet verheffend waren, boeide me toen nog niet zo. Inmiddels wel en daarom zijn de boeken van Hof een welkome voortzetting van de probleemboeken. Hof verstaat de kunst om grote problemen klein te maken zonder ze tot drama te verheffen. Een beetje in de lijn van bijvoorbeeld Veronica Hazelhoff die de laatste jaren helaas niet meer zoveel schrijft.





In Moeder Nummer Nul gaat de geadopteerde Fejzo op zoek naar zijn biologische moeder. Die zoektocht is eigenlijk maar een terloops onderdeel van de roman. Het gaat er Hof vooral om dat we de gedachten, wensen en twijfels van Fejzo leren kennen en met hem meedenken en voelen. Daar slaagt ze wonderwel in. Vooral door trefzekere korte zinnen te gebruiken. Bijvoorbeeld op de eerste pagina als Fejzo zichzelf beschrijft: "Mijn moeder zegt dat ik honing-ogen heb. Dat is nogal overdreven. Mijn ogen zijn bruin, maar niet bruin genoeg. Alsof de ogenkleur bijna op was toen ik werd gemaakt." Even later omschrijft hij zijn zus, ook geadopteerd: "De naam van mijn zus is een ramp. Ze heet An Bing Wa. Zelfs Chinezen vinden dat merkwaardig. An Bing Wa betekent zoiets als Vredige IJsbaby. (...) Als ik haar kwaad wil maken noem ik haar IJsbaby".


Zonder dat we het doorhebben, zit er enorm veel informatie in deze zinnen en wordt de manier waarop Fejzo in het leven staat, subtiel beschreven. Fejzo is een wat onzekere jongen die het meisje dat hij aardig vindt, er met zijn beste vriend vandoor ziet gaan. Hij baalt er van maar tegelijkertijd moet hij er niet aan denken om te zoenen, dat je het spuug van iemand anders binnenkrijgt.


Hof blinkt uit in het beschrijven van de gedachten van Fejzo. Bijvoorbeeld als hij in de trein zit op weg naar het adoptiebureau en zich realiseert dat zomaar een van de dames tegenover hem zijn moeder zou kunnen zijn. Hof is ook een meester in het schrijven van dialogen; vooral de korte gesprekken tussen Fejzo en Maud zijn pareltjes, door datgene wat er niet gezegd wordt. Datzelfde geldt voor de manier waarop Fejzo met zijn ouders en zijn zusje praat. Het is af en toe moeilijk en pijnlijk maar ook zo ontzettend invoelbaar. Fejzo blijft ondanks zijn stugheid een personage waar je sympathie voor houdt zonder dat Hof een slachtoffer van hem maakt.


Als ik al kritiek op haar boeken heb is dat ze iets te weinig bij haar thema blijft, of anders gezegd: er teveel bijhaalt om de contouren van het verhaal te schetsen. In dit geval een zwerver die het brood van de eenden rooft en op de een of andere manier een functie in het verhaal moet hebben, zonder dat precies duidelijk wordt welke.


Moeder Nummer Nul heeft net als Een kleine Kans een wat sullige omslag maar dat zegt gelukkig helemaal niets over de inhoud.


Jaaps boekencijfer: 8.0

maandag 3 november 2008

Voorzag Hitler onze verwarring?

Hans Műnstermann – Land zonder Sarah

'Van de winaar AKO Literatuurprijs 2006' staat er als aanprijzing op de cover. De bekroning van De Bekoring was destijds een behoorlijke verrassing en blijkt goed voor de verkoop: er zijn er volgens de uitgever bijna hondderdduizend van verkocht. Dat boek was het vijfde uit een cyclus over Andreas Klein (waar ik er overigens geen 1 van las), dit nieuwe boek is waarschijnlijk een eenmalige expeditie.



Moet ik nu gaan uitleggen waar het over gaat? Mijn hemel, dat valt niet mee. Ik durf het nauwelijks omdat ik bang het niet helemaal goed te hebben begrepen en daardoor onjuiste dingen doorgeef. Zeker als ik de recensie van Arjan Peters in de Volkskrant lees die het blijkbaar allemaal wel helemaal begrepen heeft.

In ieder geval komt Hitler in het boek voor, en een hoofdpersonage dat Wolf heet. In mijn beleving droomt Hitler een droom die zich afspeelt in onze tijd waarin Pim Fortuyn aan de macht is en er een moord gepleegd is op een jonge tv-ster van Chineze afkomst. Hitler belt zijn vriendin om de droom te vertellen en daardoor speelt het verhaal zich zowel in 1940 als in deze tijd af. Munstermann doet gekke dingen met de tijd en ik begrijp dat dat zijn handelsmerk is maar het valt als lezer niet mee om het spoor helemaal te volgen. Moeten we nu concluderen dat er volgens de auteur parallellen lopen tussen de nazi-periode en onze huidige tijd? Heeft Hitler al voorzien wat er nu gebeurt. Munstermann schetst een Nederland dat uit het lood is geslagen maar hoe dat precies komt en waar dat heen gaat? Vragen dus, heel veel vragen na het lezen van dit boek.

Het boek is hallucinerend en tot op zekere hoogte ging ik mee in de trip. Er lopen veel lijnen door elkaar heen en dat is geen probleem maar het liefdesverhaal vond ik wat minder boeiend dan de politieke en maatschappelijke rode draad. Er wordt veel aangestipt, veel gesuggereerd en het gaat absoluut niet over niks. Maar waar het precies wel over gaat? Ik durf het nog steeds niet te zeggen.

Wolf zegt op een gegeven moment tegen Eva: Ik ben niet verantwoordelijk voor mijn dromen. Dat is voor mij wel zo’n beetje de kern van het boek. Het gaat over verwarring, zinsbegoocheling en misschien wel vooral over een nachtmerrie. Dat is het boek zelf uiteindelijk niet. Maar het is wat mij betreft ook niet bepaald de natte droom van een boekenliefhebber. Het is gedurfd en het is knap geschreven maar ik had er graag wat beter mee uit de voeten gekund.

Jaaps boekencijfer: 6, 8

zaterdag 1 november 2008

Hele normale jongetjes

Peter van Gestel – Kleine Felix
Tanneke Wigersma – Ole durft
Bart Moeyaert – Duet met valse noten


Weer even een paar jeugdboeken tussendoor. De cijfers die ik aan het slot geef, spreken voor zich. Van Gestel schreef met Mariken en Winterijs al twee klassiekers en Kleine Felix is iets bescheidener van opzet maar past qua niveau rustig in dat rijtje.



Het boek is in feite een literaire versie van Kruimeltje. Het speelt zich af net na de Tweede Wereldoorlog, die in Winterijs een veel belangrijker rol speelde, hier is de oorlog geen thema maar is de tijd van de wederopbouw louter het decor. Felix heeft als achternaam Wonder en dat staat direct synoniem voor het gezin waarin hij opgroeit. Vader is goochelaar en neemt zijn moeder mee op reis naar Amerika om daar te werken. Het boek beschrijft de tijd van Felix in kinderhuis Vreugdevol waar de jongen gepest wordt vanwege zijn geringe lengte en het bovendien gewoon zwaar heeft omdat er nare mensen werken die niet van kinderen houden. Wat het boek bijzonder maakt is de gedachtewereld van Felix en zijn naïeve onschuld, al klinkt dat hier poëtischer dan het is. Felix gaat zo’n beetje uit van het goede en begrijpt vaak niet waarom mensen elkaar het leven zuur maken. Het is een beetje de aloude kwestie van: wie is er nou eigenlijk gek. De gedachtes van Felix zijn logisch maar laat het leven nou eenmaal niet zo heel logisch in elkaar zitten. Felix observeert en verbaast zich over veel dingen en houdt ons op die manier een spiegel voor. Van Gestels stijl is loepzuiver, er staat geen woord teveel in het boek en de droge humor spat van de pagina’s af zonder opzichtig te zijn. Een heel normaal jongetje die Felix Wonder, die zich staande houdt in een wonderlijke wereld.

En het kan nog mooier. Ole is ook al zo’n gewoon jongetje al is het natuurlijk wel bijzonder als je moeder om het leven komt en je ineens alleen met je vader in een huis woont. Een nieuw huis nog wel want papa vond het nodig om te verhuizen. Ole durft beschrijft de eerste dagen in het nieuwe huis waarin Ole er in slaagt om zijn vader om de tuin te leiden, zodat hij niet naar school hoeft. Ole leeft net als Felix in een eigen binnenwereld die hij nodig heeft om zichzelf een nieuwe plek in het leven te geven. Want hoe doe je dat in een onbekende omgeving? Nou, bijvoorbeeld door een ontsnapt konijn te vangen en het bij een buurvrouw af te leveren en die vervolgens van haar straatvrees af te helpen. Ole durft dat allemaal maar dat klinkt veel stoerder dan het is.



De schrijfster Tanneke Wigersma was voor mij een onbekende maar ik ga haar nu in de gaten houden. Dit is het soort jeugdboeken die ergens over gaan zonder in de duidelijk zichtbare problemen en drama’s te vervallen. Het leven gaat door maar ook weer net niet helemaal. En het komt gelukkig ook nog goed, dat hoort bij zo’n boek.

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het boek is het debuut van Bart Moeyaert opnieuw gegeven. Duet met valse noten is vooral interessant om in het perspectief van zijn daarop volgende boeken te schrijven. Ik heb een soort van haat-liefde relatie met Moeyaert. Hij kan prachtig schrijven maar vervalt soms in literair geknutsel en gekunstel waardoor hij in mijn ogen zijn doel wel eens voorbij schiet. In Duet met valse noten staat Moeyaert heel dudielijk nog aan het begin van die literaire ontwikkeling en verlang je als lezer juist weer naar iets meer eigenzinnigheid. Maar de stilist die Moeyaert is, is al herkenbaar. Het is in feite een supereenvoudig verhaal over een eerste liefde en tot op de helft ook behoorlijk adembenemend door de koortsachtige stijl waarmee de verliefdheid wordt beschreven. Als de liefde afneemt, zakt het boek ook nogal in elkaar.




Interessant is wel de toevoeging van Moeyaert die in een nieuw hoofdstuk beschrijft hoe het boek destijds tot stand is gekomen. Hij was nog maar 17 toen hij er aan begon en 19 toen het verscheen. De derde uitgever herkende zijn talent en hapte toe. Anders hadden we wellicht nooit het meesterwerk Broere kunnen lezen.

Jaaps boekencijfers: Kleine Felix: 8.5 – Ole durft: 8.8 – Duet met valse noten: 7.8